Autonomie I

Wat is autonomie?

Autonomie is vredevolle aanwezigheid.

Autonomie is nodig, willen we kunnen handelen en leven

Naar onze eigen aard en in harmonie met de omgeving.


Autonomie gaat vooraf aan afhankelijkheid en onafhankelijkheid.

Het kent geen dwang; wel kent het sturing.

Het kent geen afgescheidenheid; wel kent het grenzen.

Het kent geen vooroordeel; maar wel de realiteit.

Het kent vrijheid in al zijn begrenzingen

En liefde in alle vormen.


De bestanddelen van autonomie zijn

Veiligheid, vertrouwen, liefde en vrijheid.

Vrijheid en liefde kunnen niet zonder elkaar.

Vrijheid kan niet zonder grenzen.

Liefde bloedt dood zonder vrijheid.


Een gebrekkige autonomie is de oorzaak van veel psychisch en sociaal lijden.


Is bij aanvang het contact met onze ouders onveilig geweest

Dan hebben we geen vertrouwen opgebouwd

In het aanvoelen en stellen van grenzen

Die nodig zijn om liefdevol ruimte in te nemen.

We zitten dan opgescheept met een basaal wantrouwen

En een diepgewortelde angst voor afwijzing of liefdesverlies.


Dit tekort gaan we vervolgens compenseren

Waardoor arrogantie, woede, begeerte, jaloezie en ontkenning

Een loopje met ons kunnen nemen.

Als we niet uitkijken zitten we hier levenslang aan vast.





Alles draait om ‘ zijn’ en meegaan met wat zich aandient

Zonder het onszelf toe te eigenen.


Autonomie II

Autonomie is de begrensde grond van ons lichaam, denken en voelen,

Onze natuurlijke basis voorafgaande aan onze identiteit.


Kunnen we onze natuurlijke aard leren of trainen? Nee.

Vaardigheden en technieken zijn te leren en te trainen.

Kunnen we voor onze natuurlijkheid kiezen? Ja.

Kiezen kan echter alleen als we intuïtief weten waar het omdraait.


Waar draait het dan om?


Vaak worden we gedreven door het lijden onder onze klachten

Of is er een gevoeld tekort wat opgelost wil worden.

Gevangen in een of meerdere gemoedstoestanden

Draaien we om de hete brij heen : de essentie.

We moeten van dit draaien genoeg hebben,

Willen we in contact kunnen komen met die essentie.


Om in contact te komen met de essentie

Moeten we ons lichaam, denken en voelen ‘voor zijn’.

Dit ‘voor zijn’ is niet iets tastbaars.

Het is louter zijn.


We kunnen dit ‘voor zijn’ herkennen aan dat het ons energie geeft,

Goed aanvoelt, ons inspireert, aanraakt, beroert.

Hier is er werkelijk rust.


Dit ‘voor zijn’ voelt in eerste instantie kwetsbaar.

We moeten er even aan wennen omdat er geen houvast is.

Het voelt in eerste instantie aan als een loslaten, een vrije val.


Als we genoeg ‘voor zijn’ geweest, moeiteloos c.q. ontspannen zijn geweest,

Word dit ‘voor zijn’ een realiteit: we zijn dan onze eigen vrijheid.

Niemand kan ons dan nog bezetten.


De diepe twijfel is verdwenen: we hebben eigen grond onder de voeten.

Vanuit hier kunnen onze kwaliteiten groeien.





Een golf is een verzameling van deeltjes.

Ben ik de golf of het deeltje?

Je bent de golf in het deeltje en het deeltje in de golf!


Autonomie III

‘Voor zijn’ is hetzelfde als basaal vertrouwen.

Basaal vertrouwen is de ervaring van vloeiende eenheid met een ander

En is een voorwaarde om tot autonomie te komen.

Zij is de grondstof van autonomie.


Als onder invloed van een liefdevolle benadering

Uit die versmelting voldoende basaal vertrouwen ontstaat,

Kan een op zichzelf staande vloeiende eenheid zich vormen: autonomie.

Autonomie is de openlijke begrenzing van basaal vertrouwen.

Vanuit deze open vloeiende begrenzing kan onze identiteit zich vormen.


Bij gebrek aan autonomie staan we niet ‘vloeiend’ in onszelf,

Maar blijven we vloeien met, c.q. gebonden aan de buitenwereld,

Waardoor we reactief blijven en ons niet vrij kunnen bewegen.

We komen nooit echt aan onszelf toe.

Gemerkt of ongemerkt is er altijd een druk/spanning in ons.

Het weerstaan van deze druk kost ons energie.

We gaan ons zelfs inspannen om spanningsloos te zijn.

Dit is een oneigenlijke manier van functioneren.


Bij een gebrekkige autonomie komen we niet autonoom in vorm, onze identiteit.

We blijven afwezig in ons lichaam denken en voelen


De oplossing voor gebrek aan autonomie is om bewust

vanuit basaal vertrouwen een eigen vrije beweging te maken.

Vier componenten spelen hierbij een rol n.l.

Bewustheid, basaal vertrouwen,

Het maken van de eigen beweging

En de uitnodiging om deze beweging te maken.


1. Het is nodig dat wij in enige mate beseffen

Dat we niet ons lichaam, denken en voelen zijn,

Maar erin aanwezig of afwezig zijn.

Ons lichaam denken en voelen is de ezel.

Wij zijn de broeder. Toch?

Met een gebrekkige autonomie kennen we het niet om de broeder te zijn.

Als we dit goed beseffen, krijgen we de sleutel van onze genezing in handen.


2. De uitnodiging om de eigen beweging te maken,

Moet komen van iemand die in basaal vertrouwen geaard is.

Contact met iemand die kan ‘voor zijn’,

Activeert en voed het aanwezige basaal vertrouwen in ons.


3. Als er niet voldoende basaal vertrouwen aanwezig is,

Kan er geen goede autonomie ontstaan en geen eigen beweging gemaakt worden.

Het zal enige tijd kosten om basaal vertrouwen te laten groeien.

Indirect kan dit gebeuren door blokkades

Op gebied van identiteit, relaties en communicatie op te lossen,

Maar zeker zal ons besef van een falende autonomie moeten toenemen.

Lukt dit dan zal het vertrouwen groeien.

Als er voldoende basaal vertrouwen is,

Kan de eigen beweging gemaakt worden.


4. In taal uitgedrukt is de eigen beweging een ja ‘zeggen’ tegen onszelf

Voordat we ons op buiten richten.

Dit is een ‘ja ik ben er’ en kort daarop ‘ik blijf er terwijl ik mij op buiten richt’.

Vanuit deze vrijheid kan dan een beweging gemaakt worden.

De vorm en aard van de beweging maakt niet uit.

Vanuit onze vloeiende eigenheid ontstaat spontaan vorm.

Deze vorm zal altijd onze vrijheid waarborgen.

Wat ons in vorm indrukt zal zich vanzelf in vorm uitdrukken.

Dat ‘vanzelf’ en ‘spontaan’ noemen we veerkracht.


Qua vorm kunnen we botsen met anderen.

Qua autonomie kunnen we niet botsen.

We raken begrensd zonder dat het ten koste van de ander gaat.

We nemen gewoon onze eigen ruimte in die we hadden laten liggen.

We eigenen ons eigen braakliggend terrein toe.


Als basaal vertrouwen volledig autonoom is geworden,

Worden indrukken voortaan spontaan uitgedrukt.

We zijn dan veerkrachtig.





Het hart van bewustzijn straalt helder en vrij in elke vorm en expressie.


Autonomie IV

Bij toename van autonomie worden we vollediger

In onze lichamelijke aanwezigheid, communicatie en liefdesleven:

Persoonlijker : veiliger en vertrouwder

Onpersoonlijker : liefdevoller en vrijer.


Autonomie kent geen schuldgevoel.

Schuld kan je altijd inlossen.

Schuldgevoel is niet in te lossen.

Schuldgevoel hef je alleen maar op door ruimte in te nemen.


Autonomie is ruimtegevend ruimte innemen.

Achterstallig onderhoud ligt vaak voor de deur van autonomie.

Zelfzorg moet altijd vooraf gaan aan zorg voor een ander.

Keren we dit om dan ontstaat er achterstallig onderhoud.

We lopen dan achter de feiten aan.

Als je goed voor jezelf zorgt,

Is zorgen voor de ander vaak niet meer nodig.


Autonomie is controleloze controle.

Alleen ‘zijn’ en meegaan met wat zich aandient

Zonder het ons toe te eigenen, is gelukkig zijn.


Als we op de begane vloer zoeken

Wat in de kelder ligt opgeslagen,

Blijven we met lege handen zitten.

Autonomie is de kelder.

Als we bij onze partner zoeken

Wat we uit onszelf moeten halen

Doen we onszelf en de ander tekort.

De ander zal altijd falen

In zijn/haar poging om het toch te geven.

In de kelder ligt onze voorraad eigenheid

Daar moeten we zijn.


Communicatie is alleen doelgericht

Als zij liefdevol is.

We weten allemaal wat dat is:

Hoe wij zelf benaderd willen worden.